We leggen allemaal voorraad aan: eten, drinken… en voor sommigen zelfs een pakje sigaretten. Maar één ding vergeten we vaak: communicatie, op het moment dat telefoon en internet er ineens mee ophouden. En stel dat er juist dán iets gebeurt waarvoor de hulpdiensten moeten worden gewaarschuwd—wat dan?
De overheid adviseert burgers om eten, drinken en contant geld achter de hand te houden. Prima. Maar hoe waarschuw je de hulpdiensten als álle reguliere communicatie platligt?
In de voorlichtingen hoor je daar weinig over.
Als zendamateur PA3EHE heb ik in het verleden zelf hand- en spandiensten geleverd toen verbindingen uitvielen: in Roemenië onder Ceaușescu, en tijdens de nasleep van Tsjernobyl in Rusland/Oekraïne. Met mijn zenders gaf ik berichten door, soms rechtstreeks aan overheidsinstanties. Destijds heette dat het Emergency Network. Via de 20-meterband hielden we contact en volgden we het verkeer.
Die gedachte is nog steeds actueel. De techniek is veranderd — vroeger stuurde ik Morse, tegenwoordig “babbelen” computers met elkaar — maar de kern blijft hetzelfde:
zendamateurs met eigen stroomvoorziening blijven in de lucht wanneer alles uitvalt.
In Nederland bestaan organisaties zoals DARES, VERON en VRZA die zich met noodcommunicatie bezighouden. Het kan geen kwaad om dat onderwerp weer eens fris onder de aandacht te brengen.
Niet uit paniek — gewoon uit gezond verstand.
Op qrv.fredvogels.com heb ik kort uitgelegd waarom dit belangrijk kan zijn als het er ooit op aankomt.
En zoals we in de radio-wereld zeggen: QRZ?
Wie luistert mee?