John Engels
Hij speelde voor mij de ballads in voor de serie Boks.
🎥 https://www.youtube.com/watch?v=M-_uH3qJ0p0
In mijn vorige post schreef ik over een held die veel te jong is gestorven. Deze held daarentegen gaat gewoon door. John Engels.
Een levende geschiedenis van de jazz, maar bovenal een muzikant bij wie elke noot ademt.
Ik hoorde hem voor het eerst spelen, meer dan vijftig jaar geleden. Ik had zelf nog nauwelijks achter een drumstel gezeten. Wat ik zag en hoorde, maakte me sprakeloos. Met grote ogen en nog grotere oren keek ik naar zijn handen, naar die ogenschijnlijk eenvoudige brushes—vegertjes—waarmee hij complete werelden tevoorschijn toverde. Geen spektakel, geen machtsvertoon. Alleen tijd, ruimte en adem.
Jarenlang volgde ik hem. Via concerten, via platen, via zijn samenwerkingen met grootheden als Louis van Dijk en vele anderen. Maar de grootste, meest diep ingrijpende ervaring waren zijn concerten in Japan met trompettist Chet Baker.
Daar begreep ik voor het eerst werkelijk wat muziek kan doen: hoe zij kan stilstaan, kan bevriezen, hoe tijd even geen betekenis meer heeft. Muziek als een ademtocht die je niet durft te verstoren. Ik was net zo sprakeloos als de noten die in de lucht bleven hangen.
Die ervaring nestelde zich diep. Zó diep, dat zij jaren later de kiem werd voor iets anders: het samenstellen van een dreamteam voor het opnemen van mijn eigen ballads voor Talpa. Niet omdat het ‘moest’, maar omdat ik wist hoe het kon klinken. Hoe ruimte, vertrouwen en luisteren samen muziek maken.
Dat dreamteam heeft elkaar sindsdien niet meer losgelaten. Ze omarmden elkaar, muzikaal én menselijk. En tot op de dag van vandaag zie ik ze nog steeds samen optreden—een zeldzame continuïteit in een wereld die meestal zo vluchtig is.
John is inmiddels 90. Negentig, in gewone taal. En nog altijd speelt hij met dezelfde concentratie, dezelfde bescheiden magie, dezelfde vanzelfsprekende muzikaliteit.
Dit concert heb ik met zijn toestemming gefilmd. Daarna heb ik met mijn eigen trukendoos het geluid bewerkt tot een breed, warm stereo-beeld—een poging om recht te doen aan wat er die avond gebeurde. Ik filmde ook een fragment heel close, om te laten zien wat er werkelijk gebeurt tussen hand, bezem en vel. Dáár, in die millimeters, woont de magie.
Inmiddels is Rob Kreefeld overleden. Hoe het met Henk Haverhoek gaat—de man die met zijn snor de contrabas weet te beroeren—weet ik eerlijk gezegd niet.
Maar samen… samen waren ze een clubje giganten. Muzikanten die niet speelden om gehoord te worden, maar om te luisteren. En juist daarom blijven ze klinken.
Tja—naarmate je ouder wordt, gaan de dingen tellen. Waarschijnlijk niet wie de Popprijs 2026 wint, of wie even in het nieuws verschijnt met arbitraire zaken. Maar wel die gewone, bijzondere mensen die al decennia lang hetzelfde kunstje uitvoeren. En dat kunstje blijft altijd maar weer mooi.
Net als kijken naar de Nachtwacht—ook oud. En elke keer weer nieuw.