Song of the Sea is een orkestraal werk van mijn hand uit het begin van deze eeuw (rond 2003). Een periode waarin mijn liefde voor filmmuziek zich volop ontwikkelde, mede gevoed door mijn jaren als slagwerker in symfonieorkesten. Achterin het orkest had ik tijd om te luisteren — veel luisteren — maar ik was natuurlijk ook paraat om op het juiste moment dat ene plingeltje op de triangel te raken. Mijn muzikale gehoor werd in die jaren gevormd door de grote meesters uit de klassieke muziek en de rijke klankkleuren van strijkers, blazers en slagwerk. Een dankbare tijd. “Toen was muziek nog heel gewoon,” om Sjoerd Pleisier te citeren.
Song of the Sea is een compositie voor wie de zee niet alleen bewondert, maar ook durft te bevaren — letterlijk én figuurlijk. Je moet roeien, peddelen, hozen en soms zelfs zwemmen met je oren om drijvend te blijven. Soms ga je voor de wind, soms is het alle hens aan dek. Zoals de titel al zegt: dit werk gaat over de zee. Een metaforische zee, vol muzikale beelden.
Ik heb geprobeerd er een filmpje bij te maken, met geleende beelden van wat ik zelf voor me zie. Maar dat werd al snel een mix tussen het Loodswezen van Rotterdam en een echo van de Titanic — zowel de beroemde filmversie als de eerdere uit 1953.
En inderdaad: in Song of the Sea zit een soort Titanic-verhaal verborgen. Ik schreef het enkele jaren nadat de film de wereld veroverde. Het stuk volgt een groot schip dat het ruime sop kiest. Het opent met een thema dat de tragiek van de zee verklankt — de zee die geeft en neemt. Je hoort de bedrijvigheid op de kade, de voorbereidingen voor vertrek, de proefvaart. Dan maken de hoofdpersonen hun opwachting, met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Maar op zee is iedereen gelijk — daar geldt een lot dat verbindt.
Wat volgt zijn muzikale scènes op volle zee. Solisten en strijkers wisselen elkaar af, verdringen elkaar soms zelfs. Het schip vaart uit, aanvankelijk gemoedelijk, als in een film. Maar onderhuids begint het al te rommelen. De muziek komt op stoom. En dan... het onvermijdelijke moment waarop alles misgaat. Alleen weet nog niemand dat het eraan komt.