Het verhaal
22 juni 1763 – 18 oktober 1817
Méhul werd geboren in het stadje Givet, in de Franse Ardennen, als zoon van Jean-François Méhul, een wijnhandelaar, en diens vrouw Marie-Cécile Keuly. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij van een blinde dorpsorganist, maar al snel bleek zijn uitzonderlijke aanleg. Op jonge leeftijd werd hij daarom toevertrouwd aan de zorg van Wilhelm Hanser, een Duitse organist en muziekleraar verbonden aan het klooster van Lavaldieu, vlakbij Givet. Daar ontwikkelde Méhul niet alleen zijn muzikale basis, maar ook zijn levenslange liefde voor bloemen.
Rond 1778 of 1779 verhuisde Méhul naar Parijs, waar hij ging studeren bij Jean-Frédéric Edelmann, een klavecinist die bevriend was met Christoph Willibald Gluck — de muzikale held van de jonge Méhul. Zijn eerste gepubliceerde werk was een bundel pianostukken uit 1783. Daarnaast maakte hij arrangementen van populaire opera’s, waarmee hij zich steeds verder verdiepte in het operagenre. Tegen het einde van de jaren 1780 besloot hij zelf zijn geluk te beproeven als operacomponist — een keuze die hem roem en invloed zou opleveren in de turbulente decennia die volgden.




