7 jaar of 42 dagen

Volgens Salomonsra is het eigenlijk heel eenvoudig. Karma.

Weski wist waar ze aan begon. Althans, dat dacht zij. Zij zag haar missie niet als strafbaar feit, maar als roeping. Een bericht vanuit het Universum. En wie zijn wij dan, gewone stervelingen met een DigiD en een verlopen parkeerapp, om het Universum tegen te spreken?

Volgens de wetten van Salomonsra, een Moskovitische rechtsmysticus uit de Zuidas Enclave, is een bericht namelijk geen tekst. Een bericht is een ziel in transit.

Wie een bericht doorgeeft, bevrijdt het uit zijn aardse verpakking. Wie een bericht niet doorgeeft, houdt het gevangen in zijn binnenzak. En dat mag niet. Zeker niet wanneer die binnenzak behoort tot een toga, een mantelpak of een ander kledingstuk met institutionele uitstraling.

Daarom is een eis van 7 jaar eigenlijk mild. Bijna liefdevol. Een soort cursus. Een retraite met tralies. Zeven jaar om na te denken over de diepe vraag: van wie is een bericht eigenlijk? Van de verzender? Van de ontvanger? Van degene die het toevallig in zijn tas heeft? Of van het Universum, dat via gecodeerde zinnen probeert te melden dat de printer op kantoor alweer vastloopt?

De 42 dagen zijn daarentegen keihard.

In het Gewone Leven geldt 42 als het heilige getal van de administratieve vernedering. Lang genoeg om je agenda te verpesten. Kort genoeg om er geen spirituele groei aan over te houden. Geen loutering. Geen inzicht. Geen karmische doorbraak. Gewoon vervelend.

Salomonsra zei ooit, vlak voor hij aanschoof bij een talkshow waar niemand hem iets durfde te vragen:

“Wie het bericht draagt, draagt niet de schuld. Wie het bericht leest, draagt de twijfel. Wie het bericht doorgeeft, draagt alleen de postzegel.”

Dat laatste is later, vermoedelijk door een stagiair bij Justitie, verkeerd vertaald als: “Ik deed ook maar mijn werk.”

En zo ontstond in onze rechtspraak het mysterie van twee mensen, één handeling, en twee totaal verschillende kosmische rekensommen. De één krijgt zeven jaar als morele hoofdprijs. De ander 42 dagen als spirituele parkeerbon.

Maar dat begrijpen wij hier beneden natuurlijk niet. Wij zijn eenvoudige mensen. Wij denken nog in schuld, bewijs, proportionaliteit en dat soort aardse rommel.

In de Zuidas Enclave zijn ze verder. Daar weten ze dat rechtspraak niet gaat over gelijke gevallen gelijk behandelen, maar over de vraag of het Whaldaarma die ochtend goed geslapen heeft.

En had het slecht geslapen, dan kan het zomaar gebeuren dat 7 jaar een geschenk is. En 42 dagen een mokerslag.