Back to Normandy

Al schrijvend over Jan van Gilse denk ik ook aan mijn eigen muziek. Toen Jan van Gilse rond 1940 aan Thijl werkte, schreef hij geen documentaire over de oorlog. Hij schreef een proloog tot verzet. Een muzikale ruimte waarin vrijheid, onderdrukking en menselijke waardigheid tegenover elkaar kwamen te staan.

Misschien herken ik daarom iets in mijn eigen Back to Normandy. Ook dat begint met een proloog. Niet als opera, niet als toneelwerk, maar als mijn poging tot herdenken. Vóór de namen kwamen, vóór de kaarten, vóór de duizenden records, moest er eerst een toon zijn. Een toon die vertelde wat ik nog niet kon vertellen, nog niet wist. Maar wel voelde.

Het zijn vroege werken, vaak geschreven na een tocht naar Normandië, in een opwelling. Geen theorie.

Ik zie nu pas waarom dat eerste werk “Prologue” moest heten. Een proloog is geen gewone inleiding. Het is een drempel. Een drempel die ik overging, niet wetend wat me nog te wachten stond.

Bij Van Gilse was dat de ruimte van Thijl: vrijheid tegenover onderdrukking. Bij mij werd het de ruimte van Normandië: namen tegenover vergetelheid.

Van Gilse schreef met Thijl een proloog tot verzet. Ik schreef met Back to Normandy een proloog tot herinnering. Een poging om te herdenken.

Van Gilse droeg zijn partituur mee naar elk onderduikadres. Het duurde vele jaren voordat zijn verhaal werd verteld.

Dit is een van mijn eerste albums, gepubliceerd op Spotify in 2022. Het schrijven ervan begon al ruim twintig jaar eerder. Toen onze familiegeschiedenis duidelijker werd, met al die lijnen naar jappenkampen, dwangarbeid en wat mensen elkaar in oorlogstijd kunnen aandoen.

Door de opoffering van de mannen in Normandië begreep ik steeds beter dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid is geen decor waar je toevallig in leeft. Het is een opdracht. Iets wat gedragen, beschermd en herdacht moet worden.

Niet alleen op 4 en 5 mei, maar juist ook op al die andere dagen waarop je in vrijheid mag leven.