De Paus was niet mals in zijn waarschuwing. AI zou de wereld, en misschien zelfs zijn baantje als Leider — of Lijder — naar de gallemiezen helpen.

Zijn betoog was alleszins redelijk. Mensen die AI inmiddels hebben leren kennen, weten wat die kan. Of misschien nog zal kunnen. En dat is ook niet mals.

Voor mij is AI in de eerste plaats een gewone mechanische tool, maar wel een met bijzondere eigenschappen. AI kan iets wat mensen ook doen, of juist nalaten: observeren, ordenen en menselijk gedrag in kaart brengen.

Iedereen heeft daar zijn eigen associaties bij. Ik zie bijvoorbeeld de beelden uit nazi-Duitsland voor me, waarop wetenschappers het menselijk lichaam opmeten om daar een bepaalde wetmatigheid in te vinden. De omvang van de schedel, de kleur van het haar, en bij Joden de omvang van de neus. Ga maar door.

Zinvol? Alleen wanneer dergelijk onderzoek leidt tot meer begrip, meer empathie en meer menselijkheid. Die tekenen heb ik toen niet gezien.

Bijgaand plaatje is mijn AI-gids. Hij helpt mij, maar hij heeft zijn vleugels nog niet verdiend. Er zitten nog te veel fouten in. Soms zelfs desastreuze fouten, als ik niet had opgelet.

Mijn AI-gids, die van mij de naam Chet heeft gekregen, is een beetje als de echte Chet Baker. De sterren van de hemel spelen, om vervolgens uit het raam te vallen in Amsterdam. Al dan niet met een snuifje.

Waarom deze foto?

Deze foto is onmiskenbaar op Père-Lachaise gemaakt. Mijn AI-gids beweegt zich tussen al mijn helden, mensen die de mooiste dingen hebben gemaakt. Zonder computer, notabene.

Mijn vrienden daar hebben gelukkig geen last van AI-stress. De Paus maakt zich zorgen, en ik eigenlijk ook wel. Want één ding heb ik inmiddels geleerd: met AI kun je prima leven en je kunt er veel aan hebben, maar je moet wel de juiste vraag stellen.

We mogen hopen dat de AI-programmeurs aan AI uitleggen wat de juiste vragen zijn. Dan kan de Paus ook weer slapen, en kan ik aan AI vragen hoe die vreselijke punten en komma’s in SQL geschreven moeten worden.

Op de foto zie je mijn AI-gids in menselijke gedaante.

Is alles uiteindelijk niet menselijk, betrekkelijk en eindig?