In de Nederlandse politiek wordt vaak gesproken over “de twee kanten van de medaille” – de voor- en achterkant, oftewel twee manieren om een kwestie te bekijken. Maar na urenlang luisteren naar het recente asieldebat in de Tweede Kamer dringt zich een nieuwe metafoor op: een derde kant van de medaille. Die derde kant is de rand van de munt, waar niet de inhoud, maar het politieke spel en de onderlinge verwijten centraal staan. In het debat leek het er sterk op dat Kamerleden niet meer écht naar elkaar luisteren of samen oplossingen zoeken, maar vooral bezig zijn met deze derde kant: het tactische en strategische gesteggel, los van de inhoud.
Wanneer politici op de derde kant van de medaille opereren, betekent dit dat de discussie niet langer gaat over daadwerkelijke oplossingen of beleidsinhoud (kop of munt), maar verzandt in politiek theater. Moties van wantrouwen worden ingediend nog vóór de ander heeft kunnen reageren, en debatten worden gebruikt om elkaar te framen in plaats van te overtuigen. Zulke moties drukken vooral symbolisch ongenoegen uit. Dit voortdurende ritueel van moties en onderbrekingen is een symptoom van politici die elkaar de maat nemen in plaats van samen naar oplossingen te zoeken. Het debat wordt een dans van verwijten en profilering, waarin elke partij vooral haar eigen verhaal bezingt.
Een treffend voorbeeld van zo’n debat op de derde kant van de medaille is het recente asieldebat in de Tweede Kamer. Inhoudelijk draaide het om ingrijpende maatregelen – zoals een tweestatusstelsel en beperkingen op gezinshereniging. Toch ging het debat grotendeels langs elkaar heen. Regeringspartijen en oppositiepartijen spraken over elkaar heen, luisterden niet, en verweten elkaar lafheid of extremisme. Sommige partijen dreigden zelfs tegen hun eigen wetsvoorstellen te stemmen omdat deze niet streng genoeg waren – of juist te ver gingen. Zo werd het onmogelijk om tot een werkbare meerderheid te komen.
Het resultaat: iedereen spreekt, maar niemand luistert echt. Pogingen tot compromis worden niet serieus genomen, maar direct bestempeld als zwakte. Uiteindelijk blijven problemen onopgelost en is het debat slechts een etalage van posities.
Ik probeer de vergelijking te maken met de begraafplaats Père Lachaise. Daar liggen duizenden doden, onder wie grote musici en onbekende parels. Maar de meeste bezoekers lopen alleen naar de graven van Jim Morrison en Frédéric Chopin. Het zijn de “bekende” plekken – vertrouwd, voorspelbaar. Maar wie durft verder te kijken, ontdekt verrassingen, schoonheid, onbekende schatten.
En dat is precies wat in de politiek ontbreekt. Politici lopen steeds naar hun eigen vertrouwde argumenten, hun bekende achterban, hun ingesleten standpunten. Er is geen open blik meer, geen echte nieuwsgierigheid naar wat de ander misschien zinnigs te zeggen heeft. Net zoals toeristen zichzelf tekortdoen door alleen naar Morrison te gaan, doen politici dat door niet te luisteren.
Wat opvalt, is dat veel politieke keuzes in dit debat vooral gemaakt worden met het oog op de verkiezingen. Partijen stemmen strategisch: niet op basis van wat ze werkelijk het beste vinden, maar op basis van wat hen het meeste electoraal voordeel oplevert. Zelfs als een voorstel deels aansluit bij de eigen uitgangspunten, wordt het toch afgewezen als dat beter scoort bij de achterban.
In plaats van tactisch te kijken naar wat vandaag werkt en wat uitvoerbaar is, wordt er gekeken naar het grote plaatje: de eigen profilering, de campagne, het behoud van stemmen. Zo verschuift de focus nog verder van de inhoud naar de buitenkant, van beleid naar beeldvorming. Wat overblijft, is de derde kant van de medaille: de rand, de buitenkant, de holle vorm.
De metafoor van de derde kant van de medaille staat voor het gevaar dat politiek verandert in een vorm zonder inhoud. In plaats van gezamenlijk problemen aan te pakken, wordt het debat een strijd om aandacht, profilering en framing. Net zoals bezoekers op Père Lachaise zich blindstaren op twee beroemde namen en zo de rest van de schoonheid missen, zo missen politici waardevolle inzichten omdat ze niet verder willen kijken dan hun eigen gelijk.
Ik sluit af met een hoopvolle gedachte: misschien komen er bij de verbouwing van het Binnenhof oude politieke deugden boven tafel – het vermogen om te luisteren, te kiezen, en samen te werken. Want uiteindelijk heeft een munt maar twee bruikbare kanten: kop of munt. Op de rand kun je niet bouwen.