Hoe kom je erop om eindeloos via mijn computer te peuteren aan een werk van Gustav Mahler? En dan zijn er al die prachtige uitvoeringen van dirigenten als Abbado, Haitink, Rattle en al die anderen. Een steekje los wellicht? Dat zou zomaar kunnen, want de verbetenheid waarmee ik met dit werk – en andere werken – aan de slag ben gegaan zal een buitenstaander met gefronste wenkbrauwen bekijken.
Wat doe ik dan? Ik sla de midi-noten van Mahler op in mijn computer en dan begint het feest. Elke noot, ja elke noot, moet op zijn plek worden gezet: een eigen instrument, speelwijze, timbre, dynamiek, tempo, balans met andere noten, een eigen spoor of track, een eigen interpretatie, gehumaniseerd, met een eigen articulatie en mix. Al doende ontstaat er een versie die ik allang heb gehoord van een echt symfonieorkest, een versie die niet in de buurt komt van die tachtig tot honderd musici die jaren hebben gestudeerd op hun instrument. Mijn opgave is dat ik deze tachtig à honderd musici stuk voor stuk moet vervangen door mijn eigen visie, liever gezegd: mijn eigen gehoor.
Het werken aan zo’n partituur is zoiets als les krijgen van Louis Stotijn, docent directie aan het Koninklijk Conservatorium. Je wordt niet gespaard, maar gedwongen te luisteren naar je eigen gepruts. Zo is het in het echt ook gebeurd: meespelen in het KC-orkest waar Stotijn ons werk – en dat van de componist die op de lessenaar stond – keurig fileerde. Vele jaren later, vlak voor zijn dood, ben ik bij hem geweest om hem te bedanken omdat hij “mijn oren heeft geopend”. Ik kwam immers uit een gezin waar klassieke muziek geen plek had gevonden. Mijn eerste confrontatie met Stotijn was Mahler 4. De belletjes. Elders heb ik meer geschreven over deze ervaring.
Het heruitvinden van Mahler, nu het vierde deel Stürmisch bewegt, is best moeilijk geweest. Het is volgens mij geen programmamuziek waarbij je netjes de muziek volgt en er een verhaaltje bij kunt verzinnen; de muziek leent zich daar niet voor. Al is het maar het begin, waarbij het orkest meteen op windkracht twaalf inzet: twee paukenisten die het aantal decibels tot ongekende hoogte opstuwen, de slagbekkens en de grote trom die het meubilair laten sidderen.
Voor mij – zoals ik in deze film beschrijf – is het een herinnering aan een onweersbui in de Alpen. We zaten er middenin. Mahler, met zijn wortels in de bergen, kent dat maar al te goed, vermoed ik. Zijn muziek is doorspekt met elementen uit de natuur. Zo liepen we wel eens in de buurt van Alpenweiden en hoorde je de koeien met enorme bellen om hun nek klingelen, alsof het Kerstnacht was en de kerk riep om te komen bidden.
Ik ga misschien wat ver met al deze beelden, maar ik hoor ze werkelijk in het werk. Het heeft even geduurd voordat ik de overgang van Johnny Jordaan naar de bergbeekjes in Mahlers klankwereld kon maken. Daar zit vermoedelijk ook mijn drang om deze partituren te herscheppen. Ik heb nooit les gehad in componeren of arrangeren; ik zie dat als een voordeel. Niet eerst denken in regels, maar in klank. Het ontleden op een snijtafel – alle partijen en instrumenten apart horen – is een feest. Het is alsof je een geweldige kerstmaaltijd nuttigt en daarna ook nog ontdekt hoe alles bereid is.
Waarom ik dat doe? Misschien omdat ik in dat ontleden ook mezelf ontleed. In een echt orkest kun je nog schuilen achter de groep; achter mijn computer kan dat niet. Daar hoor ik alles. Ook wat niet klopt. Elke noot die ik verschuif, elke balans die ik bijstel, zegt iets over mijn eigen smaak, mijn geduld, mijn koppigheid. Het is een vorm van reflectie. Mahler is dan geen heilig monument meer, maar een werkplaats waarin ik mijn eigen zin en onzin tegenkom.
Voor de technici: ik werk met Logic, een stevige Mac en orkestsamples – losse noten – die ik volgens bovenbeschreven systeem aan elkaar rijg. Het zal nooit klinken als een orkest van tachtig man in een zaal met houten vloer en ademende musici. Maar het klinkt wel als mijn oor. En voorlopig is dat genoeg.
https://www.youtube.com/watch?v=TIpHRvCDSwk
Mijn verhaal
Ik was jong, net op het conservatorium en bij het RO, toen ik het vierde deel van Mahlers Eerste symfonie voor het eerst bij het Residentie Orkest hoorde.
Stürmisch bewegt.
Een fysieke sensatie overviel mij. Alsof ik weer dat jongetje was in een klein tentje in de Alpen. Hoog in de bergen. Een gigantisch onweer barstte los. Donderslagen die mijn trommelvliezen bijna vermorzelden. Bliksem die mijn ogen in de nacht verblindde.
Jaren later stond ik naast mijn leraar, Frans van der Kraan, paukenist van het Residentie Orkest. Bij de inzet van dat vierde deel barstte ook hij los. Geflankeerd door Willem Heesen kwam die seismische ervaring terug.
Frans’ roffel was beroemd. Hij had naar Berlijn kunnen gaan, naar Karajan. Maar zijn Joodse vrouw had daar — om begrijpelijke redenen — geen behoefte aan. Hij bleef. Ik keek naar zijn handen. Probeerde het geheim van zijn slagtechniek te ontdekken. Dat lukte me toen niet. Nu begrijp ik het beter. Frans had geen trukendoos. Geen verborgen techniek. Hij speelde geen pauken. Hij speelde Mahler. Hij werd een deel van het verhaal dat verteld moest worden. Als het gaat om de lessen die Frans mij gaf, was dat het.
Onlangs kreeg ik een ongevraagde recensie van een werk van mij:�“Mooi werk met soms aparte klanklijnen. Op momenten waar je een traditionele opbouw verwacht, gebeurt iets anders.”
Ik moest glimlachen. Zo moet Mahler zich ook gevoeld hebben bij de première van zijn Eerste. Men hoorde iets wat nog geen naam had. Maar hij deed het daar niet voor. Zoals ieder mens wilde hij een mensenleven. Gevuld met liefde en vriendschap. Zijn muziek stond daar los van. Voor zover ik weet heeft hij niet één op één gecomponeerd over wat er op dat moment in zijn leven speelde.
Muziek die niet bevestigde wat men verwachtte, maar haar eigen weg ging. Voor de luisteraar begon een nieuwe opgave. Het beluisteren van Stürmisch bewegt is als het beklimmen van een Alp. Berg op. Berg af. Het tempo vertelt hoe hard je moet werken.
Misschien is dat de reden dat ik in 2017 opnieuw begon te luisteren. Om te begrijpen wat Mahler bedoelde. Waarom zoeken sommige werken de uitersten op? Van volledige verstilling tot die eerste klap die je onmiddellijk bij de les brengt. En wat voor les is dat?
Ik hoor in zijn muziek de innerlijke gevechten. Strijd voor liefde. Strijd voor erkenning. Strijd om zijn eigen muziek te begrijpen.
Stürmisch bewegt.
Storm is energie. De vraag is wat je ermee doet. Als je er al iets aan kan doen. Via muziek kan ik die eindjes telkens weer aan elkaar knopen.
De Alpen. De roffel van Frans. Mahler die met zichzelf moest afrekenen voordat het leven hem inhaalde.
Stürmisch bewegt.
Wie kijkt, ziet bergen. Wie luistert, hoort Mahler.
Berg op.
Berg af.
Het tempo vertelt hoe hard je moet werken.
De citaten in deze film zijn geen woorden van Mahler zelf, maar het resultaat van luisteren, schrijven en zoeken naar zingeving in zijn leven en muziek — en misschien ook in het mijne.