Het nieuws ging weer over de vraag of Elon Musk de eerste biljonair wordt. Opvallend eigenlijk. Niet omdat het over Musk gaat, maar omdat bijna niemand nog beseft waar hij het over heeft. Een biljoen. 1.000.000.000.000 euro. Twaalf nullen. Dat getal zegt ons niets meer.
Stel dat Musk gemiddeld nog 25 jaar leeft. Om zijn vermogen helemaal op te maken, zou hij vanaf vandaag iedere minuut van zijn leven ongeveer 76.000 euro moeten uitgeven. Niet per dag. Niet per uur. Per minuut. Ook als hij slaapt. Ook met Kerst. Ook op zijn verjaardag. Vijfentwintig jaar lang. Dan pas is het geld op.
Dat is geen verhaal over Musk.
Dat is een verhaal over ons.
Ons voorstellingsvermogen houdt ergens op. Bij een miljoen kunnen we ons nog iets voorstellen. Bij een miljard wordt het moeilijk. Bij een biljoen praten we alleen nog over cijfers. Het wordt een wedstrijd: haalt hij het of haalt hij het niet? Misschien is dat wel het grootste probleem van deze tijd. Niet dat de getallen zo groot zijn. Maar dat ons voorstellingsvermogen zo klein is geworden.
Stel je eens voor dat je iedere minuut 76.000 euro móét uitgeven. Terwijl jij dit leest, zou je een volledig ingerichte woning voor een gezin kunnen financieren. Een minuut later de complete studie van een student. Weer een minuut later een ambulance. Nog een minuut later een operatie waardoor iemand weer kan zien. Tien minuten verder heb je drie kwart miljoen euro uitgegeven. Genoeg om een basisschool te renoveren of tientallen gezinnen uit problematische schulden te helpen. Na een uur is er 4,6 miljoen euro verdwenen. Een complete wijk kan worden verduurzaamd. Een klein ziekenhuis kan nieuwe apparatuur aanschaffen. Na één dag is 110 miljoen euro uitgegeven.
Je zou een natuurgebied kunnen redden. Honderden leraren kunnen betalen. Duizenden woningen kunnen verduurzamen. En de volgende dag begint het opnieuw. Elke minuut. Elke dag. Vijfentwintig jaar lang.
Dan wordt een biljoen ineens geen getal meer, maar een opeenstapeling van mogelijkheden. Daarom verbaast de discussie mij. We praten over de vraag of iemand de rijkste mens op aarde wordt. Maar veel interessanter is de vraag of wij ons nog kunnen voorstellen wat zulke bedragen betekenen.
Zodra geld zo groot wordt dat het alleen nog een scorebord is, verliezen we iets veel waardevollers dan geld. We verliezen ons voorstellingsvermogen. Misschien is dát wel de grootste armoede van deze tijd. Niet dat sommige mensen onvoorstelbaar rijk zijn, maar dat wij ons nauwelijks meer kunnen voorstellen wat je met een fractie daarvan voor miljoenen gewone mensen zou kunnen betekenen.
Dat is uiteindelijk geen verhaal over Elon Musk. Dat is een verhaal over ons.
Wat moeten we dan doen om ons voorstellingsvermogen weer wakker te maken? Misschien moeten we grote getallen niet meer als getallen presenteren. Geen biljoen. Geen miljard. Geen begrotingspost. Geen recordvermogen. Maar vertalen naar mensen, minuten, huizen, leraren, verpleegkundigen, studies, operaties, schulden, namen.
Eén biljoen zegt niets. 76.000 euro per minuut zegt al meer. Een gezin uit de schulden helpen zegt nog meer. Een kind dat kan studeren. Een oudere die zorg krijgt. Een naam die niet verdwijnt. Pas dan wordt geld weer werkelijk.
Misschien moeten journalisten, politici en wijzelf ophouden met elkaar te verdoven met cijfers. Elk groot getal zou verplicht een menselijk gezicht moeten krijgen. Wat betekent dit bedrag per minuut? Per wijk? Per school? Per ziekenhuis? Per leven?
Want voorstellingsvermogen ontstaat niet door méér informatie, maar door betere vertaling. Van abstract naar concreet. Van massa naar mens. Van nul naar naam. Misschien is dat de opdracht. Niet nóg grotere cijfers maken, maar kleinere vensters openen waardoor we eindelijk weer kunnen zien waar het over gaat.
Weet je wat volgens mij de beste manier is om ons voorstellingsvermogen te trainen? Niet nóg meer cijfers. Maar kunst maken. Muziek spelen. Acteren. Dansen. Lezen. Alles waarbij je leert je iets voor te stellen wat er nog niet is.
In je verbeelding kun je in één seconde een biljoen uitgeven. Je kunt er oorlog voeren. Je kunt er vrede sluiten. Je kunt er één mens vergeten. Maar je kunt er ook één mens weer een naam geven.
Ik beken. Ik verdien iedere seconde een biljoen. Niet in euro’s, maar in mijn voorstellingsvermogen. Iedere keer als ik een melodie maak. Iedere keer als ik het verhaal opschrijf van iemand die zijn leven gaf voor onze vrijheid. Iedere keer als een naam weer een gezicht krijgt.
Misschien is dat wel de rijkdom die we dreigen kwijt te raken. We tellen steeds meer geld, maar steeds minder betekenis.
Musk kan misschien ooit een biljoen bezitten.
Vrijheid niet.
Verbeelding niet.
Aandacht niet.
Die zijn onbetaalbaar.
En misschien zijn ze daarom wel gratis. Als we er tenminste voor kiezen.