https://pere-lachaise.nl/componisten/composers/891-24-duparc-marie-eugenie-henri-fouques
Jaren geleden schreef ik dat Duparc voor mij de grootste ontdekking van Père-Lachaise was. Wat overigens niet betekent dat al mijn andere vrienden er ineens niet meer staan. Verre van dat. De eerstvolgende tocht naar Parijs wordt geen beleefdheidsbezoek aan mijn vrienden. Het is erger.
Als ik naar Duparc luister, merk ik dat de wereld veranderd is. Ja, musea kunnen prachtige tentoonstellingen organiseren over deze tijd. Een tijd waarin de fantasie de vrije loop kreeg. Niet gebombardeerd door beats in tempo 128, maar een tijd waarin het avontuur dat je aanging door naar mijn vrienden te luisteren, je onverwachte belevingen gaf. Tempo? Ja, van alles. Er bestaat in ons universum niets zonder tempo. Al is het maar een tikkende klok.
Via bovenstaande link word je geleid naar zijn laatste rustplaats en zijn verhaal. Een verhaal waarvoor je tegenwoordig op tv best een actie kunt opzetten. Elke omroep kan wel iets uit zijn leven halen dat in het beleid van die omroep past. Ziekte, religie, psychisch lijden, dat soort dingen. Maar voor een luisteraar — de meesten zullen allang zijn afgehaakt — die de moed heeft om te luisteren, ontvouwt zich een prachtig universum.
Dat universum beleefde ik voor het eerst toen Hilke en ik zijn graf zochten. Zijn lijden, waarvoor omroepen wellicht in de rij zouden staan, was daar niet belangrijk meer. Voor hem niet en voor ons niet. Zijn prachtige melodieën hadden hem en ons geholpen om mens te leren zijn. Te genieten van wat ons toevalt zonder in lijden en last te geraken.
Misschien maakt juist dat Duparc zo bijzonder. Hij liet maar een klein aantal werken na. Veel muziek vernietigde hij zelf. Wat overbleef is nauwelijks meer dan een handvol liederen. Toch was dat voldoende om een eigen plaats in de muziekgeschiedenis te veroveren. Alsof hij wilde bewijzen dat schoonheid niet in aantallen wordt gemeten.
De meeste bezoekers van Père-Lachaise komen voor de graven. Hilke en ik kwamen voor de stem die er nog steeds rondloopt.
Mocht je toch zo’n stap te groot vinden. Ook Duparc wist het en schreef Chanson triste. Ik heb twee versies erop gezet. Gezongen door een mannetje en een vrouwtje.