"Is die tas van jouw poes gemaakt?" grapte de rector van de Radboud Universiteit jaren geleden tegen een oud-medewerker tijdens een wintermarkt. Hij verwees, zo verklaarde hij later, naar kunstenares Tinkebell, die ooit haar overleden kat tot handtas transformeerde. Maar de grap werd opgevat als seksuele intimidatie.

Kwalijk? Of gewoon onhandig?

Er volgde een media-offensief: twintig artikelen in De Gelderlander, waarin werd geprobeerd aan te tonen dat er sprake zou zijn van een verziekte cultuur aan de universiteit. De rector legde zijn functie neer. Maar één onderzoeker wist het treffend te analyseren: er was géén sprake van structureel grensoverschrijdend gedrag, van een patroon — maar van een ongelukkige opmerking die, los van de context, verkeerd werd geïnterpreteerd.

Ergo: het werd door journalisten benut om de rector te cancellen.

En daarmee is deze casus een perfecte illustratie van dat fascinerende, vaak ongemakkelijke fenomeen: hoe iets overkomt.

"Het was niet zo bedoeld dat het zo overkwam."
"Zo kwam het op mij over."
"Dat had je wel iets anders kunnen brengen."

Welkom in de wondere wereld van overkomen – de ruimte tussen wat jij bedoelt en wat de ander ervaart. Het is een mijnenveld van nuance, toon, timing, context en interpretatie. En precies dáár gaat het vaak goed. Of grandioos fout.

Je zegt bijvoorbeeld: “Wat heb je een interessante trui aan!”
Je bedoelt: origineel, gedurfd, je durft iets.
Het komt over als: “Je ziet eruit alsof je vannacht in een kringloopwinkel bent ontploft.”

Je denkt: leuk bedoelde opmerking.
De ander hoort: modepolitie met passief-agressieve bijbedoelingen.

Welkom in de communicatiekloof. Tussen zender en ontvanger past een heel continent van mogelijke betekenissen.

Soms gaat het gelukkig goed. Je maakt een grapje op het juiste moment. Je toon sluit aan bij de sfeer. De ander voelt zich veilig en begrepen. Je intentie wordt gevoeld.

Zoals bij een afscheid op het werk, waar iemand zegt:
“Je was misschien niet de luidste stem in de vergadering, maar je wist altijd precies het juiste moment te kiezen om iets te zeggen — meestal nét als de lunch kwam.”
Een paar mensen lachen. Iemand fronst. Je bedoelde het als warm grapje, een soort eerbetoon.
Maar het overkomt als: passief, afwachtend, misschien zelfs gemakzuchtig.
Je wilde charmant zijn, maar je klinkt als een spreadsheet met een mening.
En zo verdampt je intentie in een wolkje verwarring.

Maar vaak gaat het mis. Neem de klassieker op LinkedIn:
"Vandaag mezelf even beloond met een goed glas wijn. Ook dat is leiderschap."
Bedoeld als luchtig inkijkje in je menselijkheid.
Gevolg:
“Zeker weer op kosten van de zaak?”
“Waarom moet je dit delen?”
“Niet echt inclusief naar mensen met een drankprobleem.”

Of in een vergadering: “Nou, dat idee van jou was… verrassend.”
Je bedoelt: onverwacht creatief.
Je collega hoort: belachelijk dom.
Eén woord. Één intonatie. Boem – misverstand.

Wat volgt is meestal het bekende defensieve dansje:

“Zo was het niet bedoeld.”
“Je vat het verkeerd op.”
“Ik bedoelde het gewoon grappig.”

Ah, de Grote Afstandsbediening der Intenties.
Maar werkt die?
Niet echt.
Want hoe iets overkomt, zit niet in jouw handen – maar in het gevoel van de ander. En daar heb je slechts deels invloed op.

Het wemelt van de voorbeelden. Zoals:

De mail van de manager: “Ik wil graag even met je praten over je inzet de laatste tijd.”
De ontvanger denkt: ontslag.
De manager bedoelt: promotie.
De kaart bij een geboorte: “Gefeliciteerd met jullie kleintje. Hopelijk komt het snel weer goed!”
De baby was prematuur. Oeps.
Of die al genoemde grap van de rector over de tas in de vorm van een poes.
De sfeer was luchtig bedoeld. Maar de opmerking werd door sommigen als grensoverschrijdend ervaren. Een storm aan kritiek volgde. Er werd gesproken over seksisme, over het ongemak van vrouwelijke studenten, over het ‘voorbeeldgedrag’ van een rector.
Maar was het werkelijk opzettelijk schadelijk? Of was het een ongelukkige grap die vooral verkeerd overkwam?

Dat is precies de crux: het verschil tussen intentie en interpretatie.
De rector bood excuses aan — niet omdat zijn bedoeling kwalijk was, maar omdat hij begreep dat het anders werd ervaren. En dat is soms het enige juiste wat je kunt doen.

Wat kun je doen?

Je kunt jezelf checken. “Hoe zou dit kunnen overkomen?” is een uitstekende vraag vóór je op ‘verzenden’ klikt.
Je kunt helder zijn in je intentie. Ironie, sarcasme, nuance: prachtig – maar niet iedereen leest met jouw ondertoon mee.
Je kunt zachte landingen gebruiken: “Ik weet niet of ik het goed uitleg, maar wat ik probeer te zeggen is…”
En je kunt luisteren naar feedback.
Als iemand zegt: “Dat kwam hard aan,” dan kwam het hard aan. Of je dat nou bedoelde of niet.
En dan is er nog de ultieme troost: we doen allemaal maar wat.
Hoe iets overkomt, is nooit 100% te beheersen. Het is een dans tussen jou, de ander, en de context van het moment. Soms dans je in harmonie. Soms trap je op tenen.

Maar met een beetje empathie, een beetje humor – en vooral een flinke portie zelfrelativering – kun je die dans blijven doen.

En als het weer eens misgaat?

“Het was niet zo bedoeld. Maar ik snap dat het zo overkwam.”

En luister.
Echt luisteren is het enige dat altijd goed overkomt.

Een volgend artikel zou kunnen gaan over mensen die koste wat kost wíllen overkomen:
"Het gaat er niet om hoe ik in het nieuws kom, als ik maar in het nieuws kom."
Maar dat is een ander verhaal.