Toch wel opmerkelijk. Een post van mijn hand over Jaap van Zweden. Geen wereldschokkende onthulling, geen exclusieve inside story – slechts een persoonlijke herinnering, een reflectie. En toch: voor mijn doen, als niet-BN’er, kreeg het opvallend veel aandacht. Ben ik daar blij mee? Eerlijk gezegd weet ik het niet. Wat ik vooral zag, waren voor- en tegenstanders. Mensen die zich meteen positioneerden, in het kamp “voor” of “tegen”. Niet over mijn post, maar over Jaaps manier van leven, zijn leiderschap, zijn karakter.
Wat me vooral opviel, waren de reacties. Sommige mensen gebruiken woorden en frasen die ik nog nooit heb gehoord. Soms welbespraakt, soms scherp, soms gewoon onnavolgbaar. Mensen die, naar mijn gevoel, weinig te zeggen hebben over de kern van het onderwerp – of weinig te bieden. Geen muzikale ervaring, geen persoonlijke betrokkenheid, maar wél een mening. En dat mag, dat is vrijheid. Maar het roept ook vragen op.
Het onderwerp Jaap van Zweden is er één van ons allemaal. Of van niemand. Want wie kan werkelijk zinnige uitspraken doen over hoe individuele mensen iets hebben beleefd? Wie weet hoe het was om te werken onder zijn leiding? Om muziek te maken in die context, op dat moment, met die energie, die druk, die verwachting?
Natuurlijk, je kunt iets vinden vanuit je eigen zelfbeeld. Je kunt iets vinden als je jezelf plaatst in een groep met een collectieve overtuiging. Maar wordt daarmee het beeld helderder? Of juist troebeler?
Begrijpt men nog de nuance? Kan men deze polemiek ook van twee kanten bekijken? Jaap met zijn stokje, Piet met zijn instrument. De dirigent en de musicus. De leider en de uitvoerder. De kracht en de kwetsbaarheid. Kan men dat spanningsveld zien zonder te oordelen?
Ik probeer dat wel. En daarom zeg ik: mijn oordeel is geen oordeel.
Het is een beleving.
Een beleving waarin ik observeer, luister, en uiteindelijk: omzet in noten.
Ik wijs niemand aan. Niemand krijgt de schuld.
Iedereen is schuldig. Of beter gezegd: iedereen draagt iets. Iets menselijks. Iets van frustratie, iets van verlangen, iets van onmacht misschien.
Die ervaring heb ik omgezet in een film:
🎬 My Music, My War.
Een film met muziek van mijn hand. Geen documentaire over Jaap. Geen statement vóór of tegen. Maar een muzikaal essay over recht en onrecht. Over verwondering. Over woede. Over hoe muziek een vorm van verwerking kan zijn.
Om mijn muziek kracht bij te zetten, heb ik ervoor gekozen om ook beelden te gebruiken. Beelden die sommigen als schokkend kunnen ervaren. En dat begrijp ik. Maar mijn tegenvraag is: alsof dit onderwerp niet schokkend ís? Alsof er geen diepe emoties spelen onder die ogenschijnlijk rationele oordelen?
We naderen 6 juni. Een datum met gewicht. Een herinnering aan offers, aan vrijheid, aan het recht om te spreken. Maar ook aan de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat. Vrijheid is niet vrijblijvend.
Is dit dan waar we onze vrijheid voor gebruiken? Om iemand als Jaap van Zweden publiekelijk af te serveren – zonder proces, zonder dialoog, zonder wederhoor?
Terwijl er in de wereld zóveel meer gebeurt. Zoveel wat aandacht vraagt. Zoveel waar we wél collectief over zouden mogen opstaan.
Ik vermoed dat Jaap zelf allang op de hoogte is van het tumult. En ik vermoed ook dat hij de storm zal doorstaan, zoals alleen dirigenten dat kunnen: met rechte rug, stokje in de hand, blik op de muziek.
Maar ik blijf me verwonderen over de mondigheid van mensen. Mensen met een “mond vol” – maar geen noten. Geen toonladder, geen ritme, geen harmonie.
Mijn antwoord?
Dat zit in de muziek.
In de film.
In de laatste noot.
Ik begrijp weinig van de hele heisa. En nog minder van wat men ermee denkt te bereiken. Maar misschien – héél misschien – begrijpen de hoofdpersonen het wel aan het einde van mijn film.
Of in het zwijgen ná de muziek.