Het zijn er honderdduizend op mijn website ww2.fredvogels.com, maar het blijft één naam tegelijk. Je kunt immers maar één naam tegelijkertijd opschrijven. Ik ken mensen die blij waren dat ze gingen trouwen, omdat ze dan een andere achternaam kregen. Er zijn mensen die trots zijn op hun naam — vanwege afkomst, geschiedenis, of wat die naam vertegenwoordigt. Een oud spreekwoord zegt: als je naam niet meer wordt uitgesproken, ben je dood.

Ik heb een goed geheugen voor gezichten, maar vaak strijk ik langs mijn kin en denk: hoe heet hij ook alweer? Zijn gezicht ken ik. Maar zijn naam?

Een naam kan deuren openen, maar ook sluiten. Een naam kan vooringenomenheid oproepen. Een naam, gegeven vanuit een traditie, kan je leven kosten — of je leven redden.

En soms lijken namen niets waard.

Zoals mijn jarenlange pleidooi om de namen van de vliegeniers die in Dronten — toen nog de Zuiderzee — zijn neergestort, op het lege vliegersmonument te plaatsen. De namen stonden op paaltjes waar niemand ze zag en waren ook nog eens verkeerd gespeld. Alsof het er niet toe deed. De naam Jan van Gilse werd vergeten, zelfs verkocht, zonder dat iemand wist dat deze naam mede verantwoordelijk was voor hun eigen bestaan.

Een naam is een naam.

De wetgeving maakt het tegenwoordig mogelijk om je naam te veranderen, omdat de naam die je bij geboorte meekreeg te veel verdriet draagt, of te veel herinnert aan waar je vandaan komt. Sommige namen geven macht, aanzien, gedrag. En dat laatste is misschien wel het meest fascinerend: je naam als gedrag. Je gedraagt je anders als je Oranje als achternaam hebt.

Nomen est omen. De naam is een voorteken.

Je zal maar Jansen heten. Welk voorteken zit daarin? Misschien is het juist een bescherming geworden: opgaan in de massa. Was het Jansen? Of Janssen?

Nou ja.

Een naam is een naam — als er een naam op staat. Namelijk jouw naam.

En dan kom ik op mijn punt.

Een naam is belangrijk, ook al heet je Jansen of Janssen. Een naam staat ergens voor. Dat werd mijn lot in de afgelopen decennia. Ik kan vertellen hoe er werd gespeeld met mijn eigen achternaam, maar dat doe ik niet. Mijn bestemming werd iets anders: namen de eer geven die ze toekomt. Ervoor zorgen dat een naam — die naam — niet meer vergeten wordt.

Ik schrijf al jaren namen op. Ik heb ze nooit geteld, maar het zijn er veel. Tienduizenden. En elke keer als mijn ogen over die lijsten gaan, vraag ik me af: wie was dat? Wie was deze mens?

De ultieme ervaring van verwarring had ik toen ik langs de muur van Père Lachaise liep bij de vooringang. Van begin tot het einde stonden namen gegraveerd, gevallenen uit de Wereldoorlog, keurig op alfabet. Of zoals het Namenmonument aan de Weesperstraat in Amsterdam, met 102.000 vermoorde Joodse, Roma en Sinti slachtoffers uit Nederland. Een naam gebeiteld in steen. De namen van de ruim 400 gedeporteerden uit Zwolle, gevat in struikelstenen, maar een paar straten verderop.

We weten het niet meer. Maar we weten nog wél zijn of haar naam.

Op mijn ww2-website heb ik ze opgeschreven, rijen lang. Maar het zijn geen rijen. Je kijkt naar een naam, je klikt, en ineens sta je ergens. Een datum, een plek, soms een eenheid, soms een paar regels, soms alleen maar dat ene: een naam, meer niet. Maar het is genoeg. Genoeg om te beseffen: dit was iemand. Je kunt zoeken, gericht, op naam, op plaats, op een gebeurtenis. Maar vaak gebeurt er iets anders. Je begint bij één naam. En dan nog één. En nog één. Niet omdat je moet, maar omdat je blijft kijken. Omdat elke naam een deur is. En achter elke deur een mens schuilt. Soms vind je een verhaal. Soms niet. En misschien is dat laatste nog wel het meest confronterend. Dat er een naam is — maar geen verhaal meer. Alsof het leven er nog wel is, maar de stem verdwenen. En dan wordt het stil.

Ja, veel namen lijken op elkaar, maar hun betekenis als mens niet. Unieke mensen, met een naam. De tienduizend namen van jonge jongens op het Amerikaanse kerkhof in Normandy. De Erelijst — het boek bij de ingang van de Tweede Kamer, dat dagelijks wordt omgeslagen, opdat we niet vergeten. De eindeloze lijsten van mannen — vaak nog jongens — in vliegtuigen, wetend dat ze nooit meer thuis zouden komen. De koksmaatjes tot en met kapiteins, verdwenen in de golven, met in hun gedachten hun vrouw of moeder, terwijl het water zich boven hen sloot. De namen van verzetshelden, en van hen die heldendaden verrichtten, maar nooit werden herkend.

Namen, namen, namen.

Ik heb ze opgeschreven, decennia lang. En ik ben nog steeds niet klaar. En dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren.

Het zijn maar namen. Maar voor mij zijn ze de poort naar respect, naar herinnering. Ik ben dankbaar dat ik ze tenminste heb kunnen opschrijven.

Forgotten

Bij mijn voortdurende poging om mezelf te begrijpen, kom ik steeds weer dezelfde lijnen tegen, altijd opnieuw die vraag: hoe heet je, wat is je naam? Om de een of andere reden wil ik dat altijd weten. Op mijn website schreef ik altijd de namen op om wie het ging. Duizenden namen. Misschien zijn er momenten in mijn eigen leven geweest waarin ik hoopte dat ze het zouden vragen. Tenminste: mijn naam.

Vanuit de geschiedenis begrijp ik ook dat het noemen van je naam — of die van een ander — gevaarlijk kan zijn. Maar uiteindelijk is geen naam hebben misschien wel het ergste.

Wat op mijn website gebeurt in stilte, gebeurt hier in klank.

Ik schreef deze muziek midden in de coronatijd. Een periode waarin veel mensen het gevoel hadden dat ze hun naam waren kwijtgeraakt. Thuis blijven. Geen contact. Geen aanraking. Niet gezien worden. Mijn intuïtie ging terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. Mensen die naamloos uit de kampen kwamen. Aanvankelijk zonder naam. En zij die achterbleven — vaak voorgoed zonder naam.

En daar ligt ook mijn punt.

In vredestijd hadden mensen een naam. Een naam op een identiteitsbewijs. Een naam die deuren opent. Een bewijs dat je er mocht zijn. Een naam die soms al vóór de geboorte werd bedacht, of vastlag binnen een traditie. Toen niet meer.

In die oorlog — waarvan ik nog steeds namen opschrijf — werden mensen vergeten. Als mens. En met hen ook hun naam.

Een heel verhaal is het geworden. Maar mijn besef hoor je niet in woorden, maar in deze noten. Noten waarin ik echt huil.

De opbouw is simpel, en ook een stille hoop. Het begint met één stem, dan een tweede, een derde, zoals een naam die wordt uitgesproken, nog eens, en nog eens, tot hij blijft bestaan.

Een hoop dat de naam, het verhaal, niet vergeten zal worden.

Al is het maar…

nou ja, hier bent u aan de beurt.

Alle namen staan hier:
https://ww2.fredvogels.com

En misschien… hoort u het daar ook.

Een persoonlijke muzikale ode: