Pro Nederland – Partij van Niemand (of toch van Nuance?)
Er is een nieuwe partij: PN. Niet Pro Nederland, maar Partij van Niemand. Ontstaan uit een diep verlangen om iedereen te begrijpen. En daar ging het al mis. PN is eigenlijk geen partij, maar een vergadering van mensen die allemaal zeggen: “ik snap jouw punt.” Dat is prachtig, totdat er iets besloten moet worden. Dan kijkt iedereen naar elkaar en niemand beweegt.
Vroeger had je leiders die dat anders deden. Willem Drees sprak weinig, maar als hij sprak wist je: dit is het. Wim Kok kon luisteren en verbinden, maar op een gegeven moment zei hij: zo gaan we het doen. Frans Timmermans voelt en weegt, maar moet telkens kiezen tussen hart en richting. En Femke Halsema begrijpt nuance als geen ander, maar weet ook dat nuance zonder besluit een mooie gedachte blijft — en dat boven de partijen blijven óók een keuze is. Jesse Klaver zegt vaak ergens vóór te zijn, maar stemt dan weer tegen.
Het probleem van PN is geen gebrek aan ideeën, maar een teveel aan begrip. Iedereen wordt gezien, iedereen wordt gehoord, en dus wordt niemand gekozen. Dat is de identiteitscrisis. Niet van één partij, maar van mensen die zo graag goed willen doen dat ze vergeten dat goed doen soms betekent dat iemand teleurgesteld wordt. Zoals groen en rood elkaar moesten teleurstellen, want groen is nu eenmaal geen rood.
Wie zonder bril naar een 3D-film kijkt, ziet vooral rood en groen door elkaar, en pas met de juiste bril ontstaat er diepte. Zo is het hier ook: twee kleuren die, als je ze goed gebruikt, geen tegenstelling hoeven te zijn, maar juist een driedimensionaal beeld kunnen opleveren — mits je bereid bent om anders te kijken.
En daar zit het echte dilemma: nuance in de politiek. Nuance betekent dat je meerdere kanten ziet, dat je in 3D kijkt, belangen afweegt en begrijpt waarom iets ingewikkeld is, maar politiek vraagt uiteindelijk om een keuze. En een keuze is per definitie niet genuanceerd, want je kiest één richting en laat andere mogelijkheden liggen. Dus hoe meer nuance je meeneemt, hoe moeilijker het wordt om nog scherp te kiezen, en hoe scherper je kiest, hoe meer nuance je verliest.
Tenzij PN zichzelf opnieuw uitvindt, niet als Partij van Niemand, maar als Partij van Nuance. Dan verandert er iets: nuance is niet langer het uitstellen van een besluit, maar de manier waarop een besluit tot stand komt. Dan zeg je niet: “we kiezen niet,” maar: “we hebben alles gezien en kiezen tóch.” Dan wordt nuance geen cirkel, maar een trechter: alles mag erin, maar er komt uiteindelijk één richting uit.
En misschien gebeurt er dan iets geks: dat mensen niet afhaken omdat het ingewikkeld is, maar juist blijven omdat het eindelijk eerlijk voelt, omdat iemand zegt: “Het is complex. Dit zijn de afwegingen. En daarom doen we dit.”
En dan is PN ineens geen veilige plek meer waar niemand buiten valt, maar een volwassen plek waar keuzes worden gemaakt, met open ogen. En ja, dan hoort daar nog steeds bij dat iemand teleurgesteld wordt, maar dan is dat geen zwakte meer, dan is dat het bewijs dat er gekozen is.
PN, partij voor en van nuance, in alle kleuren van de regenboog.