Zo intensief als het was om door Père Lachaise te lopen, zo intensief is het om terug te kijken op jezelf. Reflectie is niets elegants; het schuurt. Toch hoort het bij maken. Als je blijft componeren, filmen, bouwen, dan loop je vanzelf tegen jezelf aan. Waartoe zijn we hier op aarde? Die vraag blijft als een lage toon onder alles wat ik doe.
Mijn geschiedenis loopt daar vreemd doorheen. Op de middelbare school kreeg ik een 10 voor geschiedenis — en een bijzondere vermelding. Muziek stond niet eens op de lijst. En toch ging ik naar het conservatorium, waar ik in mijn tweede jaar werd uitgenodigd voor een gesprek: of ik alsjeblieft naar de universiteit wilde om musicologie te studeren. Te creatief, te eigenzinnig, te snel klaar met de verplichte kost. De docent kunstgeschiedenis gaf me mijn certificaat met het dringende verzoek niet meer terug te komen. Het was allemaal te ‘af’.
Ik ben nooit goed geweest in vakjes. Ik maakte mijn eigen brug tussen geschiedenis, muziek en beeld zonder dat ik wist dat het een brug was. Pas jaren later werd duidelijk dat dat mijn werkmethode is: ik maak, en al doende wordt het begrijpelijk.
Op Père Lachaise herken ik dat gevoel. Niet als inspiratiebron, maar als spiegel. De makers die daar liggen hebben hun werk voltooid. Het staat stil, en daardoor straalt het. Wij, de levenden, werken door. Ik loop daar als collega, maar nog in beweging. Tegelijk voel ik hoe bevoorrecht ik ben: ik leef in een tijd van rust, met de mooiste en liefste vrouw aan mijn zijde. Dat is geen detail; dat is mijn fundament.
Wat ik heb geleerd — uit mijn eigen geschiedenis én uit de geschiedenis waar ik al decennia in graaf — heb ik samengebracht in twee films. Dit is deel 1. Het is geen korte introductie, geen trailer, maar een overzicht van wat mijn werk probeert te zijn: zoeken, verbinden, combineren, ontleden en weer opbouwen.
En ja, het is een lang document. Het is niet bedoeld voor vluchtige aandacht, maar voor mensen die iets verder willen kijken. Zoals ik ooit tegen mijn kinderen zei: kijk en luister naar wat ik maak; daarin zit wie ik ben. Niet omdat het moet, maar omdat mijn werk mijn taal is.
Père Lachaise heeft me ook iets geleerd over nieuwsgierigheid. Waarom de massa zich op één plek verzamelt, bij Jim Morrison bijvoorbeeld, begrijp ik niet. Misschien gaat het niet om begrip, maar om projectie: iedereen zoekt er iets van zichzelf. Ik hoef dat niet te doorgronden.
Wat ik wél begrijp, is hoe mijn eigen blik gevormd is door wat ik zie, door waar ik vandaan kom, door de manier waarop ik werk.
Dit eerste deel, Themes & Scenes, is daarom geen verslag van een begraafplaats, maar een verslag van mijzelf in relatie tot mijn werk. Het laat de lijnen zien die ik door de jaren heen heb getrokken: tussen geschiedenis en muziek, tussen onderzoek en intuïtie, tussen mijn eigen leven en de verhalen die mij blijven bezighouden.
Het is geen einde, geen conclusie. Het is een tussenrapport van een maker in beweging.