De componisten van Père Lachaise hebben hun macht verloren, maar hun invloed behouden. De politici hebben hun macht behouden, maar hun invloed verloren.

 Het is een zin die je zonder moeite als pamflet zou kunnen timmeren aan de poort van Père Lachaise én aan de ingang van de Tweede Kamer.

Onlangs heb ik onze film afgerond: het zoeken en vinden van de componisten van Père Lachaise.

Een zoektocht die begon in 2008 en nu, vele jaren later, zijn vorm heeft gevonden. Waarom in hemelsnaam? Het antwoord ligt in de beelden en de muziek van deze film.

Geen academische opsomming — zoals politici elkaar tegenwoordig te lijf gaan met feitenlijsten en stelligheid, erger nog: met fatamorgana’s van één veronderstelde ideale toonsoort waarin elke harmonie zich zou moeten schikken — maar gezichten. Gezichten van hen die daar begraven liggen. En de sporen die hun nabestaanden hebben nagelaten in de vorm van grafmonumenten: soms zo imposant als een tiny house, soms nauwelijks meer te vinden omdat natuur en mens andere bedoelingen hadden.

De meeste argeloze bezoekers komen voor Chopin of Jim Morrison. Maar de rest dan?

Het overkwam ons in 2008, bij ons eerste bezoek. Ik keek naar graven waarvan ik aannam dat de componisten er werkelijk in lagen. Pas bij beter kijken openbaarde zich de laag onder de laag: de grafschriften, de littekens van tijd, de staat van het monument. Met elk nieuw bezoek groeide het inzicht dat achter al die stenen levens lagen, verhalen, muziek — en een invloed die de dood overleefd heeft.

Ook ik word ouder, misschien zelfs wijzer. Ik las hun verhalen, hoorde hun muziek — in mijn hoofd, of zittend op hun graf met een Spotify-track en in die combinatie ontdekte ik de werkelijke kracht van hun bestaan en hun composities. Ik wilde hun gezichten zien, omdat ik hun muziek bovenmenselijk mooi vond.

En dan kom je terug in Nederland. Je ziet hoe de politiek er maar niet in slaagt verschillende toonsoorten tot één geheel te smeden. Ik dacht aan de componisten van Père Lachaise, aan hoe zij disharmonie ombogen tot samenklank. Hoe breng je contrasten, botsende klanken, uiteenlopende stemmen samen tot één overtuigend muziekstuk?

Ik zag hun gezichten tijdens mijn eindeloze zoektocht naar hun verhaal en hun bedoeling. Waarom al die moeite om al dat moois te componeren? Ik bedacht: als ik hun gezichten kan reproduceren en publiceren op https://pere-lachaise.nl , dan is er misschien hoop. Een gezicht zegt nu eenmaal veel — vooral de uitdrukking ervan. Misschien wel wat hun bedoeling was. Het was veel werk. Maar ook zo dankbaar om hun gezichtsuitdrukking te verbinden met wie ze waren en zijn.

De componisten daar hebben geen macht meer, maar hun invloed is springlevend voor wie wil luisteren.

Kijkend naar de machtswisseling in de Tweede Kamer voorspelt het tromgeroffel niet veel goeds. Als oud-slagwerker weet ik maar al te goed: veel tromgeroffel heeft weinig met harmonie te maken. En al helemaal niet met melodie.

Politici beschikken over macht, maar missen de gave van componisten: de kunst om te kunnen of willen verbinden.

De componisten gingen ons voor. Ook zij botsten voortdurend over wat nu eigenlijk “de juiste weg” was. Door de eeuwen heen bleef dezelfde strijd terugkomen: moet muziek vooral draaien om een mooie melodie, of juist om spannende akkoorden? Ook de componisten, lang geleden, gingen een proces door. Voer voor musicologen die meestal de nootjes nakijken ipv de context. Toontje omhoog, toontje omlaag.

In de Renaissance hielden de oude meesters alles graag ingewikkeld en gevlochten, maar Monteverdi durfde juist andere akkoorden te gebruiken om woorden meer kracht te geven.

In de Barok bouwde Bach muziek als een kathedraal van akkoorden, terwijl Vivaldi liever werkte met directe, pakkende melodieën. Onze Janine Jansen kan dit met veel beweging tot ons brengen.

In de tijd van Mozart en Haydn stond melodische elegantie centraal, maar in de Romantiek koos de ene groep componisten voor lyrische melodieën (zoals Chopin en Tsjaikovski), terwijl anderen juist enorme dramatische klankwolken bouwden met hun akkoorden (zoals Liszt, Wagner en Mahler). Tja, het is bijna als sex, wil je met of of zonder condoom?

En in de twintigste eeuw ging het vrolijk verder: Debussy en Ravel schilderden bijna impressionistische kleuren met hun akkoorden, Schönberg brak de hele boel open met muziek zonder vaste toonsoort, terwijl anderen — van Rachmaninov tot Puccini en later John Williams, mijn favoriet met zijn ww2 muziek — bleven geloven dat een goede melodie nooit uit de tijd raakt.

Hetzelfde vraagstuk kwam dus telkens terug: vertel je een verhaal met een melodie, of met het akkoord?

De twaalftoonscomponisten probeerden het allemaal gelijk te maken — bijna communistisch: iedere noot evenveel waard. Maar dat is al gelukkig meer dan honderd jaar geleden.

Kunnen politici iets met dit verhaal? Ja. Als je, net als in de muziek, oplossingen kunt verzinnen met maar twaalf noten, dan is er een begin. Waarschijnlijk geen geniale fuga’s, maar misschien wél eenstemmige muziek.