Wanneer conflict het podium op komt

Vandaag bespreekt de EBU in Genève of Israël mag deelnemen aan het komende Eurovisie Songfestival. Officieel gaat het om een procedurele kwestie, maar iedereen voelt dat het besluit zwaarder weegt dan een televisieshow. Muziek en geopolitiek liggen zelden zo ver uit elkaar als we graag volhouden.

Het ideaal is helder: kunst staat boven conflict. Een nobel uitgangspunt — totdat de werkelijkheid binnenwandelt. Oorlog is in Europa allang geen uitzondering meer, maar een constante achtergrondruis. Toch doen we bij Eurovisie alsof een festival met veertig vlaggen een steriele morele ruimte kan zijn.

Kijk naar Rusland. Dat land werd uitgesloten nadat het Oekraïne binnenviel.

“Een duidelijk signaal,” zei Europa tevreden.

Maar ondertussen leveren Europese landen — Nederland incluis — wapens, munitie en trainingen aan dezelfde oorlog. Niet omdat we dat op het podium willen zetten, maar omdat het geopolitiek blijkbaar noodzakelijk is.

En dan duikt de vraag op die vandaag níet op de agenda staat, maar wel tussen de regels zindert:

Waarom mag Rusland niet meedoen aan het Songfestival, maar Nederland wel aan de oorlog?

We noemen het “steun”, “veiligheid” en “collectieve verantwoordelijkheid”. Mooie woorden die het decor vormen van een conflict dat elders wordt uitgevochten. Exact dezelfde theatrale setting — alleen zonder glitter en modulatie.

Nu moet de EBU bepalen of Israël in dezelfde categorie valt.

Niet muzikaal, maar strategisch:

  • Rusland: uitgesloten
  • Oekraïne: verplicht meedoen
  • Israël: lastig dossier
  • Nederland: dubbelrol, maar onbesproken
  • Europa: liever niets horen dan vals zingen

En zo ontstaat een nieuw soort Eurovisie.

Niet wie het mooiste zingt, maar wie het minst beschamend bombardeert.

Nederland doet daarbij vrolijk mee aan de dubbele moraal:

“Als Israël meedoet, is dat politiek!”

Terwijl we zelf zijn uitgegroeid tot specialisten in moreel multitasken:

overdag vredesretoriek, ’s avonds leveringscontracten.

Een land met twee gezichten, maar slechts één camera-standpunt.

En laten we eerlijk zijn: Nederland heeft ervaring met misplaatste symboliek op internationale podia.

Het is nog niet zo lang geleden dat we dachten dat Joan Franka, compleet met verenhoofdtooi, een goed idee was — een optreden waarbij Europa collectief fronste alsof Nederland de culturele gebruiksaanwijzing verkeerd om had vastgehouden.

Een subtiel liedje dat veranderde in een nationaal verkleedongeluk.

Het bleek een les in zichtbaarheid:

soms is niet de muziek het probleem, maar hoe je jezelf presenteert.

En het wordt nog beter:

als Marco Borsato — na zijn juridische omzwervingen — volledig vrijgesproken opstaat, zou hij theoretisch gewoon als Nederlander naar Eurovisie kunnen.

Vrijspraak opent deuren.

Maar ik vermoed dat we dan alsnog liever de indiaan sturen.

Die heeft ons internationale imago tenminste al een keer geruïneerd — daar kan geen extra schade meer bij.

Ondertussen blijft de EBU vasthouden aan het idee dat Eurovisie een vrolijke ontsnapping moet zijn.

Geen politiek graag.

Geen oorlog.

Geen context.

Alleen LED-schermen en de illusie van harmonie.

Misschien wordt het tijd voor een eerlijker uitgangspunt:

Wie actief bijdraagt aan een oorlog, doet even niet mee aan Eurovisie.

Helder. Transparant. Onaangenaam consequent.

Maar dan blijft er volgend jaar weinig over:

  • Andorra
  • San Marino
  • En een basisschoolklas uit Luxemburg die per ongeluk is aangemeld via het verkeerde formulier

Alle anderen, Nederland voorop, verdwijnen wegens “actieve deelname aan internationale geweldsvraagstukken”.

Het Songfestival zou dan voor het eerst in jaren leeg zijn.

Misschien voor het eerst ook echt eerlijk.