Over luisteren, durven en Tod und Verklärung van Richard Strauss
Jamai scoort hoog met zijn bijdrage aan Maestro. De social media liep vol met o’s en a’s: wat een goede dirigent is dat! Zoals ik eerder al zei, nadat ik Schindler’s List had gezien: dat doet hij mooi. Maar dirigeren is een vak. In het kielzog daarvan zeg ik nu: componeren is óók een vak. En toch is het heerlijke dat iedereen dirigentje kan spelen. En iedereen kan componistje spelen. Niet omdat we allemaal Jamai, Mozart of Strauss zijn. Maar omdat luisteren van iedereen is. Iedereen hoort muziek. Iedereen voelt iets bij klank, stilte of herinnering. Het verschil zit niet in het horen. Het verschil zit in wat je ermee doet.
In de film Amadeus laat de schrijver Mozart iets moois zeggen: “Ik maak geen muziek. Ik hoor het.” Dat vind ik een prachtige gedachte. Muziek ontstaat niet alleen in je hoofd. Je luistert. En dan doe je er iets mee.
Ik dirigeer niet, maar ik speel zo nu en dan componistje. Niet zoals Mozart of Strauss. Was dat maar waar. Maar omdat ik wil begrijpen hoe muziek van binnen voelt. Erger nog: ik wil die muziek hoorbaar maken. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. De één wordt dj. De ander legt een platencollectie aan. Weer een ander zingt in zichzelf of in een koor, onder de douche. Enzovoort.
Maar eigenlijk zijn we allemaal voortdurend aan het scheppen. Niet alleen met muziek. Ook met woorden. Met beelden. Met herinneringen. Met gesprekken. Met hoe we een dag vormgeven. Soms is dat groot. Vaak is het klein. Een zin die je opschrijft. Een maaltijd die je met aandacht maakt. Een foto. Een gebaar. Dat is ook componeren. Niet met noten, maar met momenten. Maar iets met dat luisteren dóen — dát vraagt soms moed.
Dat begrijpen van muziek — wat eigenlijk al raar klinkt, want kun je muziek wel begrijpen? — doe ik door zelf muziek te maken. Maar vooral door de weg van echte componisten te proberen te volgen. Mij voortdurend afvragend: waarom klinkt dit zo mooi? Of soms juist: waarom zo lelijk? Die weg volgde ik bij Richard Strauss en zijn compositie Tod und Verklärung.
Waarom nou juist dit werk? Waarschijnlijk begon het met de titel. Een titel die ik letterlijk wel snapte, maar waarvan ik de betekenis totaal niet begreep. En de verwarring werd alleen maar groter. Toen ik de muziek voor het eerst hoorde — dat moment herinner ik me nog goed — raakte ik gedesoriënteerd in al die schakeringen van melodieën en harmonieën. Ik raakte de weg kwijt tijdens het luisteren. Ik dacht: als ik nu eens een partituur koop, dan kan ik lezen wat er gebeurt. Dat hielp… maar gedeeltelijk. Al die notenbalken boven elkaar. En het enorme tempo waarin ik de bladzijdes moest omslaan om bij te blijven. Nou ja, in mijn verhaal over Dirigentje spelen heb ik daar al het nodige over gezegd. Meebewegen met een orkest dat het stuk al kent…
Er moest meer gebeuren. Behalve het meeluisteren, achterovergeleund in een stoel met koptelefoon — of beter nog: op rij 15 in het Concertgebouw — is het natuurlijk een aangename ervaring. Zeker als je flarden van de compositie begint te herkennen: hoofdthema’s, geweldige instrumentaties, prachtig zachte frases zoals aan het begin, tot aan de fortissimo’s onderweg naar het einde. Ja, dan begint het stuk te leven. Maar ik was er nog niet. Ik begreep het werk nog steeds niet. Nou ja — een beetje dan. Hier en daar kon ik al wat meefluiten.
Ik merkte dat, als ik het werk van onze Richard echt wilde meebeleven, ik alle noten moest consumeren. Ja. Alle noten. En dat is een schaal vol. Ik deed dat door de partituur te herscheppen met mijn computer, net zoals Strauss dit werk schreef: noot voor noot. Toen zag ik pas echt hoe de compositie was gemaakt. En nu zou je kunnen denken: nou, nu weet je het wel. Maar nee. Het geheim van Tod und Verklärung werd pas echt zichtbaar: het is een geheim.
De jaren verstrijken. In de auto draai ik vaak — als ik alleen ben — de cd. Elke keer merk ik dat ik tot tranen geroerd word. En telkens snap ik niet waarom. Totdat ik de stoute schoenen aantrok en in de schoenen van Strauss ging staan. Wat ging er door zijn hoofd? Waar luisterde hij naar? Wat zag hij? Ja — componisten zien altijd van alles als ze componeren. En zo rijpte het verhaal van Tod und Verklärung langzaam in mijn hoofd. Inclusief de beelden. De beelden van Strauss zijn maar spaarzaam beschreven. Dus moest ik vertrouwen op mijn eigen waarneming. En op mijn eigen proces.
Strauss schreef dit werk in 1889, toen hij pas 25 was. Als jonge man gaf hij muziek aan iets waar niemand woorden voor heeft. Zestig jaar later, vlak voor zijn dood, zei hij tegen zijn schoondochter: “Het sterven is precies zoals ik het heb gecomponeerd.” Dat vind ik bijna niet te bevatten.
Voor mijn video heb ik Tod und Verklärung helemaal opnieuw opgebouwd. Niet met een echt orkest. Maar digitaal. Ik gebruikte de originele partituur en bepaalde alles zelf: tempo, dynamiek, adem, spanning. Er zit geen bestaande uitvoering in. Geen kant-en-klare samples. Alleen luisteren. En proberen recht te doen aan wat er staat. Zo werd ik tegelijk dirigent én orkestlid. Maar vooral: een componist die luistert naar zijn eigen werk. Door alles zelf te moeten vormgeven, ging ik anders horen. Intenser. Langzamer. Aandachtiger. Het werd een deel van mezelf.
Strauss beschrijft met deze muziek een stervende mens. Eerst het ziekbed. Dan de strijd. Dan het terugkijken op het leven. En daarna iets anders. Rust. Licht. Overgave.
Misschien geloof je niet in een leven na de dood. Dat hoeft ook niet. Maar als je echt luistert, hoor je iets wat groter is dan woorden. Strauss raakte het aan: de dood en de transformatie daarna. Eeuwenlang hebben religies geprobeerd een antwoord te geven op wat er na de dood komt. Maar geen enkele uitleg is ooit echt bevredigend gebleken. Geen enkel dogma raakt het hart zoals muziek dat kan. Richard Strauss slaagde daar wel in. Als jongeman van 25 gaf hij klank aan het onzegbare.
Voor mij is hij een soort muzikale Bernadette Soubirous: iemand die een visioen kreeg en dat omzette in klank. Een boodschap van hoop — zonder woorden.
Strauss is, voor zover ik weet, de enige componist die het volledige proces van sterven én wat daarna zou kunnen volgen zo krachtig in muziek heeft gegoten. Er zijn natuurlijk grootse muzikale monumenten, zoals Bachs passies, die het lijden van Christus verklanken. Of de visioenen van het paradijs in religieuze werken. Maar Tod und Verklärung is iets anders. Hier is de dood niet het einde, maar de poort.
In onderstaande video kun je mijn proces volgen. En hoe — volgens mij — Richard Strauss dit proces heeft doorgemaakt. Zo jong als hij was.
https://www.youtube.com/watch?v=43RCBb59E-I