De Steiger
Een verhaal over verwachtingen, beloftes en hoop.
Het speelt zich af in Almere-Haven, morgen precies 36 jaar geleden.
Mijn leven had zich tot dan toe voltrokken zonder verwachtingen en zonder hoop. Ja, misschien bij een sollicitatie: zou ik de baan krijgen?
Precies 31 dagen daarvoor, op 31 december 1989, ontmoette ik de vrouw van mijn leven. De vrouw met wie ik tot op de dag van vandaag nog steeds leef. En dat leven kent vele vormen, gradaties, stemmingen, hoogtepunten en dieptepunten. Maar op die koude winteravond gebeurde iets wat mijn leven voorgoed veranderde.
Ik wist bij de eerste aanblik dat ik daar de vrouw van mijn leven zag dansen, in die oude boerderij in Ottersum. Een paar dagen later wist ik het zeker — zij nog niet.
Ze zou de rest van haar leven bij mij blijven. Zelfs als ik eerder zou sterven, zijn er de herinneringen die onze band levend houden.
De zoete pijn was groot: zou die ontmoeting slechts een sprookje zijn, of een tijdelijk gebeuren?
Die maand reisde ik vaak naar Almere-Haven. En altijd weer die glimlach. Een glimlach die alle pijn van de jaren daarvoor wegwuifde.
Ik dacht: hoe kan ik ervoor zorgen dat ze nooit meer bij me weggaat?
Er zat voor mij maar één ding op. Hoe kort ik haar ook kende, ik wist dat haar belofte waar zou zijn. En omgekeerd wist ik dat een belofte van mij aan haar ook voor de eeuwigheid zou gelden.
We liepen samen de steiger op. Een steiger voor passanten in het Veluwemeer. Maar op die ijskoude avond waren er geen passanten. Wel zagen we in de verte de toren van de kerk in Naarden, bijna verlicht door de wolkenloze hemel en de reflectie van het licht van de mensen die daar woonden. En de familie die al in betere oorden vertoefden.
Ik voelde me warm en gelukkig. Hilke in haar dikke blauwe jas — wat ik aanhad weet ik niet meer.
Ik wist dat ik Hilke moest vragen. Op een ouderwetse manier. Haar zeggen dat ik met haar wilde trouwen.
En dat deed ik.
Op mijn knieën, op die steiger, die koude avond, mijn hart bonzend van geluk.
Ik zei:
“Ik ga je iets vragen ten overstaan van jouw en mijn familie, onze voorouders.
Wil je met me trouwen?”
Ze zei: “ja”.