Onlangs zag ik een fragment van het programma Maestro. Daarin stond Jamai Loman voor een orkest, zonder baton. De reacties waren enthousiast. En eerlijk is eerlijk: het klonk niet verkeerd. Het orkest speelde, de muziek leefde, het publiek genoot. De kop luidde: Jamai dirigeert zonder baton!
Toch bleef ik met een ongemakkelijk gevoel zitten. Niet omdat Jamai iets fout deed. Integendeel. Maar omdat er ineens werd gedaan alsof iemand die voor een orkest staat en meebeweegt met de muziek, daarmee ook meteen dirigent is.
Laat ik het simpel houden.
Een dirigent is niet iemand die “een beetje aanwijst”.
Een dirigent is iemand die vooraf bepaalt – en weet – hoe de muziek klinkt. Hoe snel. Hoe langzaam. Waar spanning zit. Waar ruimte komt.
Dat gebeurt grotendeels voordat er ook maar één noot klinkt.
Een dirigent bestudeert een partituur. Maar een partituur is geen muziek.
Het is papier. Tekens. Afspraken. Ergens in het hoofd gebeurt er iets: die tekens en afspraken worden een muzikaal verhaal in het hoofd van de dirigent.
Achter die partituur bestaat dus een hele wereld. Een wereld die je niet van tevoren op een plaat kunt horen. Die wereld moet je je eigen maken. Je moet haar begrijpen, verbeelden, dragen.
Simpel gezegd: noten kunnen lezen – en er betekenis aan geven.
Ja, Schindler’s List behoort tot onze algemene muzikale kennis. We kennen het thema, de emotie, de lading. Maar zelfs daar geldt: wat we denken te kennen, is niet automatisch wat er in de noten staat. En zeker niet wat John Williams meemaakte en bedacht tijdens het componeren. Dat is al een verhaal op zich. En dan is er nog de vraag wat een orkest, in een bepaalde ruimte, met bepaalde mensen, op dát moment nodig heeft.
Dat is het echte werk van een dirigent: luisteren voordat er gespeeld wordt.
Wat je op televisie ziet, is iemand die instapt in iets dat al bestaat. Een orkest vol professionals die weten wat ze doen. Die luisteren, aanpassen, dragen. De muziek loopt vaak ondanks de persoon voor hen, niet dankzij. Dat is geen verwijt. Dat is gewoon hoe het werkt.
Het programma laat zien hoe het voelt om voor een orkest te staan.
Niet wat het betekent om er verantwoordelijk voor te zijn.
En dan die baton. Alsof het weglaten daarvan iets mystieks of vernieuwends zegt. Een stokje is geen versiering. Het is een hulpmiddel voor precisie. Sommige dirigenten gebruiken het niet — maar meestal pas nadat ze exact weten wat ze ermee zouden kunnen doen. Mijn favoriete dirigenten gebruiken inderdaad geen baton. Maar hun ogen. Hun aanwezigheid.
Wat mij stoort, is niet het enthousiasme. Dat mag er zijn.
Wat mij stoort, is dat kijkers gaan denken: “Ah, dus zo is dirigeren.”
Maar dirigeren is ook:
• uren zwijgend studeren
• muziek horen die nog niet klinkt
• fouten dragen die jij niet zelf speelt
• beslissingen nemen waar tientallen mensen van afhankelijk zijn
• verantwoordelijkheid nemen zonder geluid te maken
Dat zie je niet in een televisieformat. Dat kun je daar ook nauwelijks laten zien.
Misschien moeten we het daarom anders noemen.
Niet: “kijk, een nieuwe dirigent”. Een Maestro!
Maar: “iemand die even dirigent speelt”.
Dat maakt het programma niet minder leuk.
Alleen eerlijker.