Ik ben geen fan van Max Verstappen. Vanuit mijn eigen observatie zie ik hem vooral doen waarvoor hij is opgeleid: rondjes rijden en proberen die sneller af te leggen dan zijn concurrenten. Bij zijn eerste wereldtitel was hij breeduit aanwezig in het nieuws; tegenwoordig zie ik hem eigenlijk nog maar zelden voorbij komen.
Toch heb ik er iets van geleerd. Max Verstappen en zijn concurrenten rijden allemaal dezelfde kant op. Ze bewegen zich binnen hetzelfde speelveld, onder dezelfde regels, met als doel elkaar te verslaan en als eerste over de finish te komen. Wanneer één van hen plotseling besluit de andere kant op te rijden, ontstaat onmiddellijk chaos. Juist omdat de spelregels zo duidelijk zijn vastgelegd. Technisch gezien krijgt iedereen dezelfde kansen, tot en met de hoogte van de achtervleugel aan toe.
De politiek kent dat voordeel niet. Daar rijden de deelnemers niet vanzelfsprekend dezelfde kant op. Politici, deskundigen, commentatoren en volgers lijken allemaal hun eigen route, hun eigen bestemming en soms zelfs hun eigen spelregels te hebben. Als publiek kijken wij naar een wedstrijd waarvan de regels voortdurend onderwerp van discussie zijn. Af en toe probeert een Kamervoorzitter orde te scheppen, maar ook dat blijkt niet altijd voldoende. Alleen zwaaien met de pitvlag helpt dan niet meer.
Wat is eigenlijk mijn punt?
Misschien niet veel meer dan een observatie. Mensen formuleren hun eigen regels en bedenken hun eigen strategieën om te winnen. Tegelijkertijd zien we hoe in de sport op de millimeter wordt gecontroleerd of een auto aan de voorschriften voldoet, terwijl in het politieke domein zelfs redelijke afspraken over een gelijk speelveld regelmatig onderwerp van strijd blijven.
Erger nog: verwachtingen worden vrijwel dagelijks geschonden. Politieke beloftes van vóór de verkiezingen veranderen na de verkiezingen maar al te vaak in verklaringen waarom het opnieuw niet gelukt is.
Een politiek systeem dat meer lijkt op een racecircuit zou betekenen dat iedereen eerst erkent welke kant er gezamenlijk gereden wordt. Pas daarna kun je elkaar bestrijden over de vraag wie de beste oplossing heeft, of wie als eerste over de finish komt.
Mijn persoonlijke voorkeur gaat niet uit naar een miljoenencircus waarin auto’s eindeloos rondjes rijden over asfalt. Maar één ding is daar wel helder: wie de verkeerde kant op rijdt, veroorzaakt botsingen, schade en slachtoffers.
En die zijn er. Politici met letselschade. Politici die zeggen hun missie toch maar beter op een andere manier te kunnen vervullen. Naast het circuit. Naast de Kamer.
Nu stopt Esther Ouwehand als partijleider en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, maar zij vertrekt niet uit de Tweede Kamer. Dat mag natuurlijk. Maar het roept wel een vraag op: zijn de regels ineens veranderd? Of rijdt iemand niet meer voorop, maar nog wel mee op hetzelfde circuit?
Wanneer iedereen zijn eigen richting kiest, zijn eigen regels bedenkt en toch doet alsof er sprake is van een gezamenlijke wedstrijd, ontstaat geen fair play maar gevaar. Dan gaat het niet meer om winnen of verliezen, maar om de mensen die geraakt worden door het botsende verkeer.
Misschien is dat mijn eigenlijke conclusie: ook in de politiek moet je, voordat je strijdt om de eerste plaats, eerst weten welke kant je samen op rijdt.