Je zult het hier nooit horen. Het geluid. Vannacht werd ik wakker. Vanwege het geluid. Een geluid dat alle andere geluiden opzij schoof. Misschien wel die ene melodie waar ik al jaren op zit te broeden. Die melodie was weg. Maar Het Geluid bleef. Ik luisterde en luisterde. Het bracht mij niet van mijn stuk zoals mijn tinnitus dat vrijwel dagelijks doet. Het was een geluid dat mij terugvoerde naar vroeger tijden. Een constant geluid. Een beetje als tinnitus, maar dan anders.
Ik verdroeg het als een zegen, als een poort naar herinneringen. Het was het geluid van een Gryllus bimaculatus, een Gryllus campestris, misschien zelfs een Oecanthus pellucens. Ofwel: een krekel. Een krekeltje. Die ervaring hielp mij een gevoel te accepteren dat ik nergens anders voel, of misschien wel niet kán voelen. Het geluid hoort bij een zomerse avond. Een dag in de zon. De geur van zonnebrand op een nog warme huid. Een tafel die langzaam voller raakt met glazen, brood, olijven en verhalen. Een romantische avond, ware het niet dat de kinderen misschien roet in het eten gooien.
Maar dan is daar dat geluid. Dat eindeloze, onverstoorbare geluid. Je hoort het niet in Nederland. Tenminste niet zoals daar. Niet als een deken over de avond. Niet als de soundtrack van vakantie, vrijheid en een paar weken waarin de tijd even ophoudt met tellen. Voor sommigen is het niet meer dan achtergrondruis. Voor mij is het een tijdmachine. Eén toon, nauwelijks veranderend. Geen melodie. Geen harmonie. Geen virtuositeit. En toch roept het meer herinneringen op dan een compleet symfonieorkest soms kan.
Ik zie het blauwe water weer. Ik ruik de barbecue van een camping verderop. Ik voel de warmte die nog in de stenen van een terras zit opgeslagen. Ik hoor stemmen die ik niet kan verstaan. En daar, achter alles en door alles heen, klinkt dat geluid. Dat geluid.
Misschien zijn herinneringen uiteindelijk niet gemaakt van beelden. Misschien niet eens van woorden. Misschien zijn herinneringen gemaakt van geluiden. Van een dichtslaande deur. Van een stem die er niet meer is. Van een verre trein in de nacht. Of van een krekel die onvermoeibaar blijft zingen terwijl de wereld langzaam donker wordt. Dat geluid. Dat geluid.