In mijn ijver om mijn archief op te ruimen kom ik weer veel foto’s tegen zoals deze.
Deze heb ik met de huidige technologie opgeknapt. Maar ik heb er bewust voor gewaakt dat zij wel zij bleef. En waaraan zie je dat? Aan van alles. Het belangrijkste: de kleur van heur haar (goed gespeld hoor).
Het meest overtuigend vind ik dat haar haarkleur één op één overeenkomt met die van een van mijn kinderen: warm kastanjebruin, met een subtiele auburn gloed. Precies hetzelfde. Alsof sommige dingen gewoon doorgegeven worden, zonder dat iemand daar moeite voor hoeft te doen.
Het is een foto uit 1946. Toen Moe nog geen Moe was.
Ik ben een beetje anders — ik zei altijd “Moe”, niet mama of mam.
Deze post is bedoeld voor mijn familie. Ik heb er eigenlijk geen verhaal bij dat de foto mooier zou kunnen maken. Je ziet haar gewoon. Iedereen zal daar vast iets bij voelen of denken. De meesten waarschijnlijk niet. Maar voor mij zit er een hele wereld achter.
Ik kijk naar zo’n foto met een historische blik. De oorlog is nauwelijks voorbij. Ze is nog niet getrouwd en kent mijn vader waarschijnlijk niet eens. Later zijn ze door de liefde getrouwd. Dit moment zit daar nog vóór. Alles ligt nog open.
Misschien dat kapsel — een kapsel dat je nu alleen nog ziet bij reenactments, met vrouwen die liedjes uit de oorlog zingen. Of zij die liedjes gekend heeft? Waarschijnlijk eerder de Duitse kant. Ze woonde op steenworp afstand van werkkampen voor Russen. Ik heb haar daar nooit over gehoord.
Misschien hoorde je daar toen ook niet over.
Wat ik zie is een jonge vrouw, net na een wereldbrand. Met een blik die niets uitlegt. En toch: ook toen al lijkt ze… is ze mijn moeder.