Verstilde muziek
Moet je de waarheid vertellen, of moet je soms wijselijk je mond houden?
Die vraag overkwam mij nadat ik gevraagd was een tentoonstelling te openen. In mijn circuit, als directeur van een instituut voor amateurkunst, was mijn vrijheid van denken niet altijd onbeperkt. Je vertegenwoordigde iets. Je moest verbinden, stimuleren, aanmoedigen. Niet te veel ontregelen.
Ik had de tentoonstelling gezien. Brave producties van mensen die op weg waren naar beter kijken, betere techniek, meer beheersing. Daar was niets mis mee. Integendeel. Ik had respect voor de inzet, voor de ernst, voor het plezier waarmee mensen iets hadden gemaakt.
Maar er overkwam mij iets. Heftig.
De leider van de expositie sprak erover in euforische bewoordingen. Alsof hier iets groots, iets beslissends, iets bijna noodzakelijks te zien was. Ik kwam, ik zag, maar ik overwon mijn gevoelens niet.
Een speech bereid ik meestal niet voor. Niet uit gemakzucht, maar omdat ik vind: als ik het niet weet of niet snap, moet ik ook geen flauwekul gaan voordragen. Dan liever zoeken terwijl ik spreek. Dan liever eerlijk stuntelen dan glad liegen.
Ik was enorm begaan met al die mensen. Maar op dat moment iets minder met mezelf. Want ik voelde al aankomen dat wat ik ging zeggen niet overal als een warm bad zou landen. Eerder als een emmer koud water.
Wat zei ik dan?
Ik zei dat muziek voor mij de koning, de keizer van de kunsten is.
Waarom?
Omdat in mijn beleving alle andere kunsten — literatuur, dans, beeldende kunst, audiovisuele kunst — op een bepaalde manier afgeleiden zijn van muziek. Niet minderwaardig. Niet kleiner. Maar anders. Ze zijn voor mij verstilde vormen van muziek.
Een schilderij staat stil. Een beeld staat stil. Een tekst ligt op papier. Een foto is een ogenblik dat niet meer verder gaat. Zelfs dans, hoe bewegend ook, wordt zichtbaar in vormen, lijnen, houdingen, gebaren. Er is altijd iets dat je kunt aanwijzen, stilzetten, terugpakken.
Muziek niet.
Muziek bestaat alleen in de tijd. Je kunt haar niet vasthouden. Je kunt haar niet bekijken zoals je naar een schilderij kijkt. Zodra je haar stilzet, is ze weg. Dan blijft er hooguit een partituur over, een opname, een grafiek, een bestand. Maar dat is de muziek zelf niet. Muziek leeft pas als zij voorbijgaat.
Daarom kijk ik vaak naar andere kunsten alsof ik naar verstilde muziek kijk.
Ik probeer de beweging te horen. Het ritme. De adem. De spanning. De stilte tussen twee gebaren. De melodie van een lijn. De klank van een kleur. De pauze in een gezicht. De roffel onder een compositie.
En als ik niets hoor?
Dan gebeurt er bij mij weinig.
Dat is niet de schuld van het werk. Niet van de maker. Niet van de tentoonstelling. Het is mijn manier van kijken. Of misschien beter: mijn manier van luisteren naar wat niet klinkt.
Mijn verhaal werd natuurlijk niet begrepen. Of maar half. Misschien helemaal niet. Net zomin als het schrijven van veertig albums vaak begrepen wordt. Want ook dat is moeilijk uit te leggen aan mensen die vooral tellen, vergelijken, plaatsen, beoordelen, rubriceren.
Maar erg is dat niet.
Het is mijn waarheid geworden.
En een waarheid kun je niet opleggen.
Je kunt haar op zijn hoogst delen.