In Normandië ontmoette ik eens een Amerikaan die mij vertelde dat, wanneer hij een Duitser voorbij zag komen en hij een geweer bij zich had, hij hem zou doodschieten. Zoveel jaar later nog.
Op Omaha Beach ontmoette ik ook iemand die vertelde dat een familielid van hem op D-day duizenden Amerikanen had doodgeschoten. Dat familielid durfde niet naar Normandië te komen.
En dan sta je daar. Op die grond. Tussen zee, strand, graven en herinneringen.
Wie heeft er gelijk?
Deze vraag komt elke keer op als ik naar het journaal kijk. Of naar programma’s waarin meningen worden verkondigd. Al naar gelang de kleur van de omroep kun je vaak al voorspellen wie er gelijk heeft. Volgens de media dan.
En telkens blijf ik met dezelfde vraag zitten. Wie heeft er gelijk? Bestaat er eigenlijk wel één gelijk? Is er iemand die je onvoorwaardelijk kunt geloven als hij zegt dat hij gelijk heeft? En is het gelijk waar we zo naar zoeken wel het gelijk dat werkelijk gelijk heeft?
Ik ben in de loop der jaren in allerlei dilemma’s terechtgekomen. Misschien ook wel omdat ik al jarenlang bezig ben met de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Daar kom je voortdurend mensen tegen die nooit meer kunnen meepraten. Mensen die niet meer kunnen uitleggen wat zij vonden. Mensen die geen debat meer voeren. Mensen die geen televisieprogramma meer bezoeken. Ze kijken je alleen nog aan vanaf een foto.
Van al die mensen weet ik eigenlijk maar één ding zeker. Ze zeggen: “Dit wilde ik niet.”
De jongen van twintig die in een trein werd gezet. De moeder die haar kinderen verloor. De soldaat die niet meer thuiskwam. De burger die tussen twee fronten terechtkwam. Over dat ene hebben zij gelijk.
Maar zodra de volgende vraag komt, wordt alles moeilijker. Hoe had het dan gemoeten? Wie had er toen gelijk? Wie heeft er nu gelijk?
Zo volg ik al jarenlang discussies over migratie. Wie heeft er gelijk? Degene die zijn land verlaat omdat hij geen toekomst meer ziet? Degene die zich zorgen maakt over de gevolgen voor zijn eigen buurt? Degene die arbeidskrachten nodig heeft? Degene die grenzen wil sluiten? Degene die ze juist open wil houden?
Hoe langer ik kijk, hoe meer ik zie dat al die mensen een stuk van hun eigen gelijk meebrengen. Dat maakt de vraag niet eenvoudiger. Integendeel. Want wij zijn gewend geraakt aan een wereld waarin altijd een winnaar moet zijn. In een voetbalwedstrijd is dat duidelijk. In een verkiezing meestal ook. Maar bij de grote vragen van het leven werkt dat niet zo.
Toch blijven we zoeken naar het beslissende gelijk. Het ene gelijk dat alle andere gelijken verslaat. Misschien omdat dat rust geeft. Misschien omdat twijfel moeilijk is. Misschien omdat een mens graag wil weten aan welke kant hij moet staan.
Maar steeds vaker denk ik dat er geen absoluut gelijk bestaat.
Dat klinkt misschien somber, maar zo bedoel ik het niet.
Ik denk eerder dat mensen voortdurend langs elkaar heen kijken naar dezelfde werkelijkheid. Zoals mensen rondom een lantaarnpaal staan.
Iedereen kijkt naar dezelfde paal. Iedereen ziet iets anders. De één ziet licht. De ander ziet een obstakel. De derde ziet veiligheid. De vierde ziet juist controle. Niemand kijkt naar iets anders. En toch ziet niemand hetzelfde.
Misschien is dat ook de reden waarom discussies zo vaak vastlopen. Niet omdat mensen altijd liegen. Niet omdat iedereen kwaad wil. Maar omdat ieder mens vanuit zijn eigen plek naar dezelfde werkelijkheid kijkt.
Dat maakt gelijk hebben ingewikkeld.
En misschien moeten we daarom voorzichtig zijn met mensen die zeggen dat zij de waarheid in pacht hebben. Want zodra iemand beweert dat alle antwoorden bekend zijn, verdwijnen meestal de vragen. En juist die vragen houden ons scherp.
Na al die jaren tussen de verhalen van de oorlog ben ik daarom iets meer gaan luisteren naar mensen die twijfelen dan naar mensen die zeker weten hoe het zit. Twijfel is niet altijd zwakte. Soms is twijfel een teken dat iemand begrijpt hoe ingewikkeld de wereld werkelijk is.
En toch blijft er één soort gelijk bestaan.
Het gelijk van mensen die slachtoffer werden van de overtuigingen van anderen.
De mensen op de foto’s. De mensen van wie alleen een naam, een datum en soms een grafsteen zijn overgebleven.
Zij voeren geen debat meer. Zij houden geen verkiezingen meer. Zij hebben geen talkshows meer.
Hun gelijk is teruggebracht tot één eenvoudige zin:
“Dit wilde ik niet.”
Misschien is dat geen antwoord op alle vragen.
Maar het is wel een grens.
Een grens die ons eraan herinnert dat achter iedere mening uiteindelijk een mens staat.
En misschien is dat het dichtst bij de waarheid dat wij ooit zullen komen.